Het is 11 april, de grote kers bloeit weer en het is alweer 9 jaar geleden dat we hier zijn geland! Wat is er het afgelopen jaar gebeurd?
Er zijn weer wat nieuwe gebouwtjes bijgekomen: de ‘Brunoschuur’ met het mooie composttoilet en de prachtige veranda.
De moestuin is intussen – grotendeels – diep doorgespit en deels ingezaaid. Nu graag een buitje om de zaden te helpen ontkiemen!
De nieuwe border ziet er veelbelovend uit.
Klein Klaasje krijgt heel veel flesjes (maar niet genoeg, vindt hij zelf) en groeit voorspoedig.
Ook binnen zitten we niet stil. Joris is druk bezig met de voorbereidingen voor de vloerverwarming in het gastenverblijf.
Intussen ben ik aan het leemstuken in de badkamer en wc van het gastenverblijf. Op deze muren hebben we alleen gipsplaat laten aanbrengen waar er tegels zijn gekomen. Daarboven wordt het alleen leem. Om de leemlaag op gelijke hoogte met de tegels te brengen moet er op sommige plekken wel 3 dikke lagen leem aangebracht. Die moeten tussendoor helemaal drogen, dus daar gaat veel tijd in zitten. Maar wat zal de vochthuishouding straks goed zijn – de spiegel zal nauwelijks beslaan.
Straks heb je van onder de douche zicht op deze mooie gebintstaander en de gewelfde hoek. (Die overigens heel erg lastig is om te maken – want ik kan er niet goed bij door die staander!)
Het plafond in de nieuwe kamer is (bijna) af, nu de muren stuken…
En de grote muur in de hal moet ook nog. Dat lukt mij niet in één dag (een zichtlaag moet altij in één keer aangebracht). Dus we hebben professionals ingehuurd voor de toplaag; ik hoef alleen het voorbereidende werk te doen. Dat kan gelukkig wel in etappes.
Buiten bloeit alles uitbundig! Zowel de wilde bloemen als de borders en de fruitbomen. Hoera, het kijkfeest van de lente!
Vorig najaar heb ik de dekram Bruno verkocht. Erg jammer, ik mis hem nog steeds, het was zo’n leuk dier en hij maakte mooie lammetjes. Maar hij had al vijf jaar onze schapen gedekt en het werd tijd voor vers bloed. Hij mocht naar een nieuw adres, waar hij direct door mocht met een dekseizoen.
Ook is het experiment om Solognote in te kruisen in de melkschapenkudde niet 100% naar tevredenheid uitgevallen. De kruisingen hebben weliswaar minder brok nodig, maar geven ook heel veel minder melk, en daarmee is de verhouding brok / melk eigenlijk niet anders, of zelfs ongunstiger.
Bovendien kan ik de kruisingen niet meerdere seizoenen melken na het lammeren. Met de melkschapen kan dat wel. Sandra geeft zelfs nu (2026) nog steeds (veel) melk, terwijl ze in 2023 voor het laatst gelammerd heeft! En lammetjes zijn wel lief, maar ook veel werk. En omdat de kudde groot genoeg is heb ik ze eigenlijk alleen nodig om de melk op gang te brengen.
Dus ik wilde toch weer terug naar een ‘melktype’. Liefst niet alleen Fries melkschaap, maar met wat Midden-Oosters (Awassi) of Frans (Lacaune) melkschapenbloed erin. Mijn hoop is dat die wat beter bestand zijn tegen droge zomers, als ons gras schaars en schraal is.
Helaas bleken die moeilijk te vinden. We overwogen al een rit naar Duitsland of België. Maar na veel zoeken en heen en weer mailen bleek afgelopen najaar dat een melkschapenhouderij in Zwolle aan het overgaan was van Fries melkschaap naar Lacaune! Zij verwachtten dit voorjaar wel een kruising Fries x Lacaune ramlammetje te hebben.
Het was nog even spannend, maar het is gelukt. Vlak voor Pasen mocht ik Klaasje ophalen. Drie dagen oud, weg van mama en zusje en in een vreemde omgeving… dat valt niet mee!
De eerste dag liep klein Klaasje helemaal verweesd in de wei rond, een klein wit hoopje stress, doodsbang voor al het nieuwe. De andere lammeren zijn vier weken ouder en veel groter – die eten al gras! En de moeders laten niet toe dat hij bij hen drinkt. Het duurde ook even voor hij begreep wat een fles is, en dat je niet voor mensen hoeft weg te lopen. Heel vermoeiend, want hij krijgt om de drie uur een fles.
Gelukkig kwamen de nichtjes met Pasen. Twee meisjes van 10 en 12 jaar zijn uitstekende hulpkrachten om een klein leblammetje te socialiseren. Na 48 uur begrijpt Klaasje prima waar een fles voor is en komt hij je enthousiast tegemoet rennen. En hij lijkt ook zijn draai te hebben gevonden tussen de andere lammetjes. Gelukkig!
Acht jaar geleden heb ik de moestuin aangelegd, en sindsdien altijd zorgvuldig volgens het ‘no-digging’-systeem bewerkt. Dus de grond zoveel mogelijk bedekt houden, het bodemleven niet verstoren en vooral niet diep spitten!
Helaas bleek dat ook ideaal voor de twee mooie eiken aan weerszijden van de moestuin. Die konden ongestoord hun wortels onder de moestuin uitbreiden, en profiteren van vocht en mineralen. En ik me maar afvragen waarom de moestuin het zo slecht deed…
De moestuin moet dus naar een nieuwe plek. Maar ik ben er nog niet helemaal uit waar. Op 14 februari hebben Wyke en Edwin geholpen om mogelijke lijnen uit te zetten voor de moestuin en de passieve solar kas, die ook nog in de planning zit. Een hele dag stoeien met meetlinten, een kompas, touwtjes en witte steekpaaltjes. Dat heeft al een heleboel duidelijkheid opgeleverd over wat ik NIET wil, maar nog niet 100% hoe het WEL moet worden. In ieder geval is duidelijk geworden dat de pas aangelegde fruit-tuin waarschijnlijk weer plaats moet maken…
Maar in voorbereiding op het komend moestuinseizoen ben ik, als tussentijdse maatregel, de moestuinbedden één voor één drie steken diep aan het doorspitten. Heel ‘old school’: eerst de bovenste laag eraf, en ergens anders neerleggen. Dan van de volgende laag (de volgende ‘steek’) ook één rij schopsteken eraf, en dan dááronder de grond losmaken. En zorgvuldig alle boomwortels die ik tegenkom doorsteken of doorzagen. Vervolgens de grond van de volgende rij er weer op. Als het bed klaar is, komt de bouwvoor van het volgende bed er weer bovenop. En waar dat nodig is komen er nog een paar kruiwagens mest door het bed.
De haarwortels zitten tot vlak onder het oppervlak. Vanaf 15 cm diepte tot aan de onderkant van de bouwvoor (zo’n 60-70 cm diep) zit een heel netwerk van dikkere wortels. Tot wel 4 cm dik. Ik steek de wortels zoveel mogelijk door. De wortels die te dik zijn zaag ik door, met een oude takkenzaag (waar na afloop van deze operatie weinig meer van over zal zijn).
Het is heel zwaar werk, en eigenlijk helemaal niet goed voor de grond. (En voor mijn rug.) Ik weet dat ik veel van de bodemstructuur kapot maak. Schimmeldraden, wormengangen, mierennesten… En de boomwortels zullen weer terug groeien. Het is dus echt een tijdelijke maatregel. Maar hopelijk helpt dat de groenten wel in het komend groeiseizoen. Nu hopen dat ik mijzelf geen spit spit! En dat de grond niet al te veel uitdroogt, want het is momenteel wel heel mooi weer!
Ook Lisa kreeg, na een moeilijke bevalling, twee lammetjes, en daarmee was de hele lammerij weer afgesloten. En het voorjaar op de boerderij officieel aangebroken!
Omdat het fantastisch weer is kunnen de lammeren al heel snel de wei in. De eerste dag blijven ze nog bij mama, maar na een paar dagen rennen ze gezamenlijk de wei rond.
Ze zijn heel nieuwsgierig en laten zich al graag knuffelen.
En ze groeien als kool op de lekkere melk van de mama’s. Binnenkort moeten ze zelf leren eten, en dan breekt de drukke tijd van spenen en daarna twee keer melken per dag weer aan!
Intussen genieten de moeders van het lekkere voorjaarsgras, narcissen en bosanemonen bloeien in de houtwal, de fruitbomen staan op het punt om te gaan bloeien – voorjaar!
Babette overleed op donderdag. Het verdriet om Babette was nog heel vers, toen op vrijdagmiddag opeens twee lammetjes naast Mini in de wei lagen. Net als vorig jaar was ze de eerste, en net als vorig jaar had ze dat stiekem, snel en zonder hulp klaargespeeld. En net als vorig jaar waren het twee mooie grote dochters.
De volgende van wie ik dacht dat ze zou bevallen was Amanda. Die had een enorm dik uier, maar niet een heel dikke buik. Dit in tegenstelling tot Pippi, die net zo dik was (model tweezitsbank) als vorig jaar. “Amanda krijgt er weer eentje, en daarna Pippi weer een drieling!” dacht ik.
Maar het was toch Pippi, die mij in de nacht van zaterdag op zondag om 01.00 wakker schreeuwde.
Amanda uit het kraamhokje (waar ik haar alvast had ingezet), Pippi er in, en een kopje thee voor mijzelf gezet (heel belangrijk!). Het viel niet mee, want de eerste lag in stuit; er kwam na uren schreeuwen alleen maar een kontje uit. Het duurde een poosje voor er genoeg van het lam uit was dat ik kon assisteren. Gelukkig was het maar een klein ooitje. Daarna volgden inderdaad nog twee grote rammen. Ook net als vorig jaar!
Tegen de tijd dat ik alles opgeruimd en schoon had en zeker wist dat de lammeren de eerste biest binnen hadden was het 04.00. Maar het bleef nog erg onrustig in de stal en ik ben eerst nog een keer teruggegaan om de babyfoon aan te doen (waarbij ik bovendien constateerde dat er één van de pasgeboren lammetjes met het koppie in de spijlen van het hek lag!) en later nog een keer toen ik op de babyfoon zag dat een ander lam met zijn pootjes in de waterbak stond. Dat was om 05.19… en om 07.00 schrok ik weer wakker om de andere meiden te gaan melken.
Zondag liep ik dus een beetje groggy rond. En nu was de grote vraag: wanneer zou Amanda gaan bevallen? Want nu kwam wel het jaarlijkse probleem op: alle lammetjes vlak achter elkaar is heel handig , maar vraagt meer kraamhokjes dan ik eigenlijk heb. Voor alle zekerheid heb ik het Brunohokje maar leeggeruimd en ook ingericht als kraamhokje.
(Toen er schuimbeton in het gastenverblijf kwam moest dat leeg, en hadden we heel veel zooi in het Brunohokje gepropt. Die zooi staat nu dus weer in het gastenverblijf…). Mini met haar dochters in het Brunohokje, Pippi met de drieling in het ene hokje in de stal en Amanda in het andere. Lekker praktisch, recht onder de camera van de babyfoon. Zodat ik elke twee uur mijzelf dwong om wakker te worden en de stand van zaken te checken.
Maar die nacht nog geen lammetjes.
Aska vindt lammetjes reuze interessant en neemt elke gelegenheid te baat om ernaar te loeren.
Op maandag was het zulk mooi weer dat ik vond dat Mini met de kinderen al wel de wei in kon. Amanda begon steeds moeilijker uit d’r oogjes te kijken. Maar pas op het einde van de middag kwam er schot in de zaak. En inderdaad, één rammetje van Amanda. Lekker in de voorjaarszon geboren.
Ook de volgende dagen was het schitterend voorjaarsweer, dus we hebben alle moeders en lammetjes lekker naar de wei gebracht.
En de stalruimte opnieuw herverkaveld: één kraamhokje voor de laatst afgelammerde dame en haar kroost (dat was dus Amanda) en de overige dames en kinderen slapen bij elkaar in de rest van de driekwart stal. Krelis moest, tot zijn grote ongenoegen, in zijn eentje in het Brunohokje slapen om ruimte te maken.
En zo is, binnen een week, de hele samenstelling van de kudde veranderd! Nu alleen Lisa nog. Die heeft een enorme buik en kreunt als ze ’s avonds in de stal ligt, maar loopt overdag nog ontspannen te grazen. Blijkbaar is die begin oktober nog wat minder ontvankelijk voor Bruno’s avances geweest….