Jerommeke

Onze oude bus Joop, die zo vrolijk beplakt was met kleurrijke bloemetjes, kwam dit jaar niet meer door de APK. Dat hadden we al verwacht, en we hadden ook besloten om dan nu maar over te stappen op elektrisch. We houden in de zomer namelijk behoorlijk wat zon over.

Eigenlijk wilde ik ook een wat kleiner karretje. Maar dat blijkt bij elektrische (en überhaupt bij nieuwe) auto’s lastig. Vooral omdat Joris wel laadruimte wilde.

Uiteindelijk werd het daarom een heuse serieuze Nieuwe Bus. Wat wij niet wisten, was dat die ook een heuse serieuze levertijd hebben. En zo hadden we dus drie maanden lang maar één auto. En dan merk je opeens dat dat op het platteland best lastig is. Want Joris heeft die drie dagen in de week nodig om naar de trein te rijden. Als ik dan ’s ochtends een vergadering had in Oldeberkoop en ’s middags een tandartsafspraak in Wolvega was mijn dag meteen vol, en had ik mijn fietskilometers ook wel binnen.

Op 20 juli arriveerde dan eindelijk de Nieuwe Bus. Vanwege zijn gedrongen uiterlijk, zwijgzame karakter, halfgeloken oogjes en op een ringbaardje lijkende bumper doopten we deze krachtpatser Jerommeke.

Jerommeke zag er nog wel uiterst serieus uit. Joris kreeg onmiddellijk commentaar van de mannen van de houthandel. “Hee, geen bloemetjes meer?”

Bovendien is een gepersonaliseerd busje een prima diefstalpreventie. Dus bestelde ik een ontzaglijke stapel autostickers in de vorm van hippie-margrieten. En togen we naar Eenrum, om die onder begeleiding van Mireille een beetje artistiek verantwoord op het groene gevaarte te plakken.

Jerommeke heeft, in tegenstelling tot Joop, drie zitplaatsen voorin. Kon Aska gezellig mee. Ze wilde wel graag met d’r koppie op de knie van de baas liggen.

In Eenrum kreeg Jerommeke eerst een sopje, want door het droge weer was hij erg stoffig geworden.

Mireiile adviseerde ons om eerst de stickers met stukjes afplakband op te plakken, om een mooie verdeling te krijgen.

Wij bleken een conservatiever idee over de verdeling te hebben dan Mireille. Maar gelukkig waren er wel genoeg bloemetjes.

En toen opplakken. Best spannend. En bij de grootste margrieten ook best lastig!

Het Jerommeke werd echter steeds mooier met die bloemetjes in zijn haar!

Wij vinden hem heel stijlvol geworden. Bij de houthandel hadden ze ook geen commentaar meer. We zijn benieuwd hoe lang het duurt voordat heel Weststellingwerf ons Jerommeke (her)kent.

Droogte…

Eigenlijk had ik me voorgenomen dit jaar niet over de droogte te gaan schrijven. Maar ja, het is wel allesbepalend. Tijdens hitte en droogte zijn we alleen maar bezig om plant en dier in leven te houden. En ons zorgen te maken over hoe we zonder hooi de winter moeten doorkomen.

We hebben het nog aardig lang uitgehouden. De juni-hittegolf werd op 27 juni beëindigd door het meest spectaculaire onweer dat ik ooit in Nederland heb meegemaakt. Van 22.00 tot 06.00 non-stop donder en bliksem, soms wat verder weg, maar van 23.30-01.30 en van 04.00-06.00 vlakbij. Bliksemflitsen als een stroboscoop: je kon er haast een boek bij lezen. En 40 mm regen in één nacht!

Op 8 juli kregen we vervolgens nog een bui cadeau, van maar liefst 10 mm (in ongeveer een kwartier…). Toen zaten de regentonnen lekker vol! En kon het gemaaide gras weer groen worden.

Maar intussen (12 augustus), staat het gras al weer weken stil, zijn de jonge sprietjes verdroogd en zijn de regentonnen leeg. We zijn alweer een paar hittegolven verder, en het einde van de droogte is nog niet in zicht. We gebruiken het opgevangen regenwater alleen voor de wc, de moestuin en voor de dieren. De siertuin krijgt geen water en ziet er dus droevig uit, maar die moet zich volgend jaar maar herstellen. En ook in de moestuin is het nodige mislukt dit jaar. Het gras is volkomen geel. En de jonge bomen ook.

We gaan heel zuinig om met het water. De drinkemmers van de schapen ververs ik wel elke dag. Ze krijgen dan regenwater uit de grote ton (dat is het schoonst), en het water wat we in de badkamer met een emmertje opvangen voordat de douche warm is. Het water dat nog in de schapenemmers zit gaat dan in het badje van de loopeenden, die wat minder kieskeurig zijn. Het vieze water uit het loopeendenbadje giet ik eerst uit op de dorstige moestuin. Zo wordt elke druppel tot drie keer gebruikt. Maar ik sjouw me wel helemaal de blubber met emmers en gieters.

In 2024 hebben we onze regenwateropvangcapaciteit uitgebreid tot 13.400 liter. Een ondergrondse tank van 10.000 liter, een bovengrondse van 2 m3 en drie regenzuilen á 400 liter. Het water van de stal moet ook nog worden opgevangen, daar zit nog een rijtje van 3 IBC containers á 1000 liter voor in de planning. Hadden we vorig jaar al moeten doen, maar ja, toen viel het wel mee met de droogte… En intussen heb ik besloten dat er naast de nieuwe moestuin ook nog 4 IBC containers moeten komen te staan. Werk aan de winkel deze winter!

Intussen is er geen sprietje gras meer voor de schapen. Ze staan op de meest schaduwrijke, maar al lang afgegraasde weitjes en moeten het doen met hooi. Voor een beetje afwisseling breng ik ze wat groene takken. Wilg vinden ze het lekkerst, maar dat raakt zo langzamerhand op. Robinia schijnt de hoogste voederwaarde te hebben, maar dat moet ik helemaal aan de IJkenweg gaan ophalen en er zitten gemene stekels aan. Blijft over hazelaar. Maar dat vinden ze duidelijk minder lekker dan wilg.

De vier jonge rammetjes vinden het dusdanig saai dat ze uitbreken, dwars door het hek met 6 kV erop! Daarom laat ik ze als afleiding af en toe een middagje een gek hoekje kaal grazen, bijvoorbeeld het eendenweitje of de begroeiing rond de zuidschuur. Waarbij ik maar hoop dat ze geen giftige planten opeten.

En ik raap valappeltjes onder de appelbomen. Die hingen dit jaar zeer veelbelovend vol, maar laten het onrijpe fruit nu in hoog tempo vallen. De rotte appels gaan naar de kippen, wat nog een beetje knapperig is bied ik de schapen aan, ter afwisseling van dat droge hooi. Met af en toe een handje bietenblad of Oostindische kers uit de moestuin. Echt geweldig is het niet. Dus kom, allemaal een regendansje doen!

En intussen bekijk ik de foto’s van dertig jaar geleden, toen ik een jaar rondreisde in de buitengebieden van Australië. De boerderijen daar hadden helemaal geen waterleiding (zelfs als ze voor Australische begrippen nog redelijk in bewoond gebied lagen); al het kraanwater was regenwater, dat werd opgeslagen in grote tanks. Dus de technologie is er gewoon, we moeten alleen leren om het hier toe te passen. Dat is even wennen.

Peilschaal

Het is droog… Maar we weten niet precies hoe droog.

Al jaren valt het ons op hoe enorm de waterstand in de poel fluctueert. Dat kan geen kwaad: als de poel ’s zomers (bijna) droogvalt voorkomt dat, dat er vissen in komen. Die zouden de kikkervisjes en andere amfibieënlarven, waarvoor de poel bedoeld is, opeten.

Maar het leek Joris wel leuk om te kunnen zien hoe laag het water ’s zomers staat, en hoe hoog in februari. Dus kreeg hij een peilschaal voor zijn verjaardag.

Met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland had ik uitgerekend welk bereik een peilschaal van een meter ongeveer zou moeten hebben, om bijna de laagste, en bijna de hoogste stand van de poel te kunnen meten. Het verschil tussen de minimale en maximale stand is meer dan een meter, dus eigenlijk zou je een nog langere peilschaal op maat moeten laten maken. Maar een bereik van 0,20m+NAP tot 1,20m +NAP dekt wel het grootste deel. En iemand bood op Marktplaats een prachtig antiek emaille exemplaar aan van Waterschap Hunze en Aa’s .

En toen was het wachten op een lage waterstand om ‘m te plaatsen. Intussen zitten we in de ergste droogteperiode ooit, dus de poel staat ook laag.

En we hadden weer een Handige Vriend! Jan kan niet alleen geweldig accordeon spelen, maar werkt ook bij het Kadaster! En hij wilde wel helpen om hem in te meten.

“Is het erg als het een tiende mm afwijkt?”, vroeg hij nog voor de zekerheid. Nee, dat vinden we niet erg…

Het was al minstens dertig jaar geleden dat ik voor het laatst gewaterpast heb. Dat was met een ouderwetse analoge waterpas. Jan had er nu eentje mee van een paar generaties nieuwer. Geen notitieblokje en geen optellen en aftrekken van de afgelezen hoogtes meer nodig!

Joris heeft eerst een stuk rvs draadeind bevestigd aan de put van de septic tank. De paal waaraan de peilschaal komt, zou kunnen verzakken. Met deze bout kunnen we dat controleren. We verwachten niet dat de septic tank gaat verzakken. Aan het huis had ook gekund, maar dat staat zoveel hoger dan de poel, dat het lastiger controleren zou zijn. Je hebt dan een heel lange baak nodig.

Toen moesten we de NAP-hoogte van dat draadeind bepalen. Er zit een peilmerk (een bout waarvan de hoogte zeer exact is bepaald) in het trafo-huisje aan de Ratellaan ten zuiden van de Jokweg, 500 m verderop.

We hebben vanaf de septic tank stap voor stap het hoogteverschil bepaald tot aan het trafo-huisje, en toen weer terug. Dat moest natuurlijk op hetzelfde getal uitkomen, en gelukkig was dat ook zo. Ik had helemaal geen zin om het in de snikhete zon nog een keer te doen!

(Op eigen terrein nog gewoon in het groen, maar Jan stond erop om voor het werk op de openbare weg veiligheidshesjes aan te trekken. Dat zag er meteen heel officieel uit. Ik heb de verleiding weerstaan om voorbijgangers wijs te maken dat we een optioneel tracé voor de Lelylijn aan het inmeten waren.)

Daarna konden we de paal waar de peilschaal aan zou komen plaatsen. Ik had op het oog (en met behulp van de AHN) ingeschat waar de onderkant ongeveer op 0,20m +NAP zou komen. En bij het inmeten en op hoogte stellen van de peilschaal bleek dat maar 1 cm af te wijken!

De peilschaal staat nu met droge voeten. Hopelijk gaat het nu snel regenen, zodat er ook iets af te lezen valt!

(Op de foto lijkt de peilschaal scheef te staan, maar dat is natuurlijk mijn telefoon die ik scheef hield. We hebben de paal met drie waterpassen tegelijk, en met de precisie van zowel Joris als Jan, recht gesteld!)

En weer hitte…

Voor de zoveelste keer sinds we hier wonen is er weer een hittegolf. Heftiger zelfs dan voorgaande jaren (althans, toen kondigde het KNMI geen ‘code rood’ af.) Maar dit keer is het voor ons een stuk beter te overleven dan in 2019. Het scheelt een stuk, of je in een goed geïsoleerd huis woont of in een stacaravan. In 2019 liep de temperatuur binnen op tot 41 graden. Nu blijft het hangen op een heel aangename 23 – 24. Dat is dus helemaal zonder actieve koeling!

Als ik de selfies zie waarop ik destijds met opgezwollen gezicht, bijna onherkenbaar door hitte en slaapgebrek, als een zombie rondliep, heb ik erg medelijden met mensen die nu in bloedhete (huur)woningen wegbakken.

De kelder warmt wel een beetje op. We hebben bij de aanleg aan beide kanten een buis met een doorsnede van 20 cm vanuit de kelder onder het huis door naar buiten gelegd. Daardoor ventileert het altijd en wordt de kelder niet te vochtig.

Zolang de luchttemperatuur niet al te gek veel afwijkt van de 13 graden die de keldermuren en -vloer zijn, gaat dat prima. Maar bij erg warm weer, zoals nu, komt er te veel warme lucht binnen. Die gaat dan condenseren in de koele kelder, en maakt het daar zowel te warm als vochtiger. Met als gevolg schimmelende kazen.

Daarom heb ik mijn toevlucht genomen tot een letterlijk duizenden jaren oude techniek: ik laat een bloempot zich volzuigen met water, en zet die dan omgekeerd over de luchtinlaat heen. Dan komt er alleen nog door het drainagegat lucht binnen, en bovendien wordt die lucht gekoeld door het water wat uit het aardewerk verdampt. Dat scheelt wel twee graden in de kelder!

Er is nog ruimte voor optimalisatie: ik heb alleen nog hardgebakken bloempotten, die niet zo heel veel water opzuigen. Dus ik moet de pot om de haverklap omwisselen. Idealiter zou ik een hele stapel zachtgebakken kommetjes-met-gat op de luchtinlaat zetten. Maar ja… de afgelopen jaren heb ik geselecteerd op ‘als het ’s winters stuk vriest gaat het weg’.

Verder scheelt het dat het de afgelopen maand flink heeft geregend. Het gras verschroeit natuurlijk, maar de bomen kunnen nog aan wat water komen en zijn nog groen. Ook kan ik nog gieten, er is nog plenty regenwater. Zolang ik het zelf volhoud buiten natuurlijk. Nu maar hopen dat de komende weken niet alle buien langsdrijven…

De schapen moest ik destijds drie keer per dag verplaatsen, op zoek naar een plek waar nog zowel schaduw als vegetatie was. Nu staan ze overdag in de wei-met-de-schommeleik, die ruim genoeg schaduw geeft, en ’s nachts in een wolfproof nachtkraal aan de andere kant van het huis. Daar stond nog voldoende gras om ook ’s nachts te grazen, maar overdag staat daar de volle zon op, dus dat is nu ‘staand hooi’ geworden.

Als het gras helemaal op is kan ik overschakelen op takken en hooi. Vooral wilg vinden ze lekker. Ik hoef niet meer de ondergroei van de houtwal te laten kaalgrazen.

In een poging om de jonge rammetjes nog wat extra af te koelen heb ik ze een douche met de gieter gegeven. Klein Klaasje vond het wel lekker, en werd niet alleen koel, maar ook blinkend schoon. Helaas vinden de andere drie én de volwassen schapen het een Heel Erg Stom Idee. Ik wil ze niet nog meer stress bezorgen, dus moest mijn visioen van een kraakhelder pluizig witte schaapskudde in het groene gras laten varen.

Hooien als de zon schijnt

De klimaatverandering slaat weer ongenadig toe. Eerst van februari tot half mei vrijwel geen regen, dan een maandje een ‘normale’ zomer, en nu vanaf half juni temperaturen die tot tropische waarden stijgen.

Het land ziet er nog groen uit; ons staan de taferelen uit 2018, 2019 en 2020 nog helder voor de geest. Er is dus nog wel gras voor de schapen, maar ook op die groene weitjes is, zo rond midzomer, weinig schaduw. En ik weet niet of er óók nog voldoende gras voor ze is als het de komende dagen tot 38 (!) graden wordt.

Momenteel zet ik ze ’s ochtends in de wei-met-gras, dan om een uur of 11 in de wei-met-schaduw, na het middagmelken weer terug in de wei-met-gras en dan ’s avonds op stal, waar ik wat vers gezeisd gras serveer. De schapen vinden het prima, maar het is wel een hoop werk. Vooral omdat het gras in de wei-met-schaduw op is. Ik breng er nu takken heen, dan hebben ze wat te knabbelen.

Tijdens de ‘normale’ maand hebben we meer dan 80 mm regen gehad, dus op sommige weitjes stond het gras een halve meter hoog. Nu zo snel mogelijk maaien en hooi maken dus!

We leenden altijd de maaier van Arnaud. Maar die heeft een grotere gekocht. Dus we hebben zijn ‘kleine’ maar overgenomen. Die past goed bij ons kleine trekkertje. En bij de schaal van ons land. Het is wel weer een ding wat 364 dagen per jaar ergens moet staan. Maar ja, op die éne dag heb je’m wel nodig. En je kan dit niet ergens huren. En de loonwerker heeft veel te groot materieel voor ons land. Voordeel is dat we voortaan helemaal zelf kunnen beslissen wanneer we maaien.

Dus: weer maaien, schudden en harken, op het heetst van de dag!