Wand achter de trap (2)

Om 07.00 kwamen Leon en Richard! Terwijl zij in een razend tempo de hoge muur in de leem zetten, deed ik hetzelfde met de buitenmuur. Maar ik kon natuurlijk niet hun tempo bijhouden…

Mijn techniek is wat anders dan die van hen, en mijn knoeiwerk konden ze toch eigenlijk niet aanzien ;-). Dus ze hebben er nog maar een tweede laagje overheen aangebracht.

Intussen hebben wij de trap – met veel moeite – zo goed en kwaad als het ging in het gastenverblijf weer in elkaar gezet. Want daar zijn we nog aan het puzzelen wat voor vorm de trap precies moest krijgen, en hoe hoog die dan is op welke plek, of er een keukenblokje onder kan, en hoe ver hij naar het raam steekt en of er dan nog een eettafel naast past. Het was even sjouwen, en de trap uit het voorhuis paste net niet helemaal onder de balken (er komt sowieso een smallere), dus hij staat scheef, maar deze 3D-view gaf wel een veel beter inzicht!

Toen de leem voldoende was ‘aangetrokken’ (halfdroog) werkten de mannen de muur glad. Dat deden ze op een andere manier dan ik: ik bevochtig de leem, spons hem vervolgens ook nog met een vrij natte spons, trek daarna het oppervlak glad en bewerk het nog met een kunststof spaan tijdens het drogen. Dan krijg je een goede ‘sortering’ van korrelgroottes in de leem; het fijnere spul trekt naar het oppervlak, de grovere korrels worden meer naar onderen gedrukt. Maar het is vrij arbeidsintensief en bij het natte bewerken kunnen er blaasjes ontstaan. (In mijn ervaring verdwijnen die echter weer bij het opdrogen.)

Gebruikelijker is daarom om de leem, als die is ‘aangetrokken’ níet meer te bevochtigen, maar met een vrij droge spons te egaliseren. Dan krijg je een meer open oppervlak, waarin ook de grovere korrels meer aan het oppervlak zitten. Tijdens het drogen moet je die er dan nog een keer met een zachte borstel afvegen, anders krijg je een heel zanderig oppervlak.

Maar dat is mij niet glad genoeg; ik wil een oppervlak dat je kunt sausen. Dus nadat de mannen weg waren (zij hadden een lange dag gehad!) heb ik nog tot 22.00 ’s avonds met mijn meest flexibele spanen het oppervlak zitten polijsten (ik had óók een heel lange dag). En al het afplakband verwijderd; ik heb inmiddels geleerd dat je daarmee NIET moet wachten tot de leem droog is. En toen zag het er wel superstrak uit!

Helaas ontstonden bij het drogen wel barsten in de leem. Waarschijnlijk waren de leemplaten toch te ongelijk, en is er daardoor toch een dikkere laag opgezet dan de 3 tot 5 mm die ‘extra fijne basisleem’ toelaat. Ik heb geprobeerd ze, nadat ik de leem weer nat had gemaakt, voorzichtig te vullen met héél fijne leem, maar er blijven barsten zichtbaar.

Enfin, nu moet eerst de leem maar helemaal drogen. Dan olie op de kwetsbare delen, en dan sausen. Ik verheug me erg op de lichte hal!

In de tussentijd kunnen we dus alleen via de ladder van boven naar benden en vice versa. En dat terwijl de vriezer boven staat!

Wand achter de trap (1)

We zijn al vier jaar geleden begonnen met leemstuken, maar het is nog steeds niet af. Dat komt doordat ik het allemaal zelf doe. En tussen de lagen door moet het lang drogen…en dan ben ik alweer met iets anders bezig!

En van één project wist ik gewoon niet hoe ik het moest aanpakken. Dat was de wand achter de trap, in de hal. Die loopt helemaal van boven naar onder, van de nok van het huis tot de vloer. En vervolgens ook nog met een mooie draaiing om een ronde hoek naar de muur-met-de-voordeur-en-raampje, met mooie rondingen rónd die deur en raampje, en dan weer met een ronde hoek naar het volgende stukje muur, waar-ie eindelijk begrensd wordt door een gebintbalk.

Die ronde hoeken (een uitspatting tijdens de leemweek) zijn heel leuk, maar maken dat dit geheel in één dag van de laatste pleisterlaag voorzien moest worden. Want als je stopt en dan de volgende dag weer doorgaat is de rand van de leem al gedroogd, en dan is het lastig om daar een vloeiende overgang te krijgen. Eigenlijk moet je dat dus altijd doen waar er een scherpe hoek is, of een ‘natuurlijk einde’ van de muur, zoals een gebintstaander. Maar tijdens de leemweek waren er mooie rondingen begonnen…en toen waren we gestopt. Want het was te hoog en te veel.

En behalve dat dit domweg teveel vierkante meters voor mij waren, is ook nog eens de helft onbereikbaar. Zelfs vanaf een steiger leek het me lastig, en vanaf een steiger werken zou mijn toch al niet zo hoge werktempo nog eens met minstens de helft verlagen. En ik heb ook geen propellertje op mijn rug, zoals Karlsson van het dak.

Joris heeft op een onbewaakt moment afgelopen winter een hele stapel leemplaten tegen de muur geschroefd (vooral omdat ze in de weg lagen). Dat maakte het in theorie makkelijker om er leem tegenaan te pleisteren. Maar de platen waren een beetje afgebrokkeld bij de hoeken, en het leemoppervlak had daardoor veel gaten en kieren. Dat moest dus eerst gerepareerd. Maar daarvoor zou ook al de trap weg moeten, en dat was ook alweer zo’n dingetje: je doet het liever niet, maar als het moet, dan zo kort mogelijk.

Kortom: hier waren spierballen nodig! En toen kwam een dorpsgenote opeens op de proppen met een adres van een stukadoorsbedrijf hier vlak in de buurt, dat zich in leem aan het specialiseren is!

Dus nadat er een datum was afgesproken kon ik rustig alle voorbereidingen doen, in de wetenschap dat de echte krachtinspanning geleverd zou worden door twee specialisten, met veel bredere schouders dan ik.

Ik heb alle gaten tussen de leemplaten opgevuld met hechtleem (dat goed plakt aan hout), her en der de leemplaten nog wat beter vastgezet, en over alle naden heen jute gaas gezet, dat ik ook met hechtleem heb ingepleisterd. De platen zelf hebben ook al wapening. Nu maar hopen dat dit voldoende overlap was, om spanningen in de leem op te vangen als het huis beweegt, bijvoorbeeld bij een heftige storm. Helemaal gerust ben ik er niet op.

Ook de overgang naar de bestaande leemlaag op de buitenmuur moest vloeiend verlopen. Daar heb ik verschillende lagen leem moeten aanbrengen om de leemlaag op de muur op dezelfde hoogte te brengen als de leemplaten.

Intussen maakte Joris het plafond. Ook dat vergde wat organisatie. Zoals op de foto’s te zien is, zit er al sinds het begin van de bouw een stuk hout tegen de muur geschroefd. Joris heeft een balk op maat gemaakt, die precies op dat stuk hout aan de ene kant, en op de gebintbalk aan de andere kant van de hal kan rusten. Vervolgens kunnen we een steigerplank leggen van de vide naar die balk. Zo kunnen we bij het plafond van de vide, bijvoorbeeld om daar schrootjes te bevestigen, elektra aan te brengen of het dakraam te lappen. Of om hechtleem over de naden te bevestigen dus.

Joris heeft het lelijke stuk douglas vervangen door een mooi glad afgewerkt stuk eiken. Zo kunnen we ook in de toekomst bij het plafond (of het dakraam).

En als ik de afgelopen weken niet met leem bezig was, heb ik als een dolle schrootjes wit geverfd. Joris heeft ze tegen het plafond geschroefd. Rond het dakraam was dat weer heel veel passen en meten, met lastige hoeken.

En toen was alles klaar, en naderde De Dag Dat De Stukadoors Kwamen.

Eerst het plafond en alle balken afgeplakt (vanaf de steigerplank) en alle leem naar boven gesjouwd. Dat wilde ik namelijk wel graag doen terwijl de trap er nog stond. En die moest dus nog even opzij.

Dat was wel een dingetje, want die trap is loodzwaar en heel groot. En je wilt niet met die onhandelbare wokkel van 4 m lang en 250 kg zwaar stukken leem uit de muur slaan. Tijdens het aanbrengen van de leem op de naden moest hij ook al een keer uit de weg. Toen hebben we een methode ontwikkeld waarbij we het onderste deel van de trap helemaal uit elkaar halen, tot alleen het bovenste, rechte deel over is. Dat kunnen we nét hanteren.

Trap naar het gastenverblijf gesjouwd, stucloper op de vloer geplakt en naar bed, om krachten op te doen voor De Grote Dag!

Zomer!

Hoera! Half mei kregen we toch nog een weekje regenachtig weer. Eerst trokken alle buien De Hoeve weer voorbij, maar uiteindelijk viel er toch nog 40 mm. En toen spoot het groen de bomen en de grond uit! Zomer!

Gekleurde eitjes

In de negen jaar dat we hier nu wonen hebben we vrij weinig geluk met de kippen. Telkens als we nieuwe kippen kopen leggen ze één seizoen, en dan stoppen ze er weer mee. Omdat we niet echt het hart hebben om ze te slachten blijven ze vervolgens rondscharrelen tot ze vanzelf omvallen.

We maakten ons ook niet al te druk over de ophef over PFAS in eieren. Onze kippen leggen toch niet zoveel. We hebben de eieren niet laten testen. Het kost veel geld, en intussen is gebleken dat tests maar een momentopname zijn. Eieren van dezelfde kippen, op dezelfde plek, kunnen een half jaar later opeens een heel andere uitslag geven.

En wij zijn zo oud dat we in onze kindertijd nog op plastic speelgoed met de meest gruwelijke weekmakers hebben lopen sabbelen. Oftewel, zoals een vriend zei: “Je moet toch ergens aan doodgaan”.

(Niet dat ik het een goede zaak vind dat we de leefomgeving zo ontzettend vervuild hebben dat het blijkbaar niet meer mogelijk is om kippen op een dierwaardige manier te houden, zonder dat hun eieren “onveilig” zijn. Maar ja, wat is “veilig”? Wij drinken in het weekend graag een glaasje wijn, met de bewezen kankerverwekkende stof alcohol erin. Ook niet veilig.)

Zo langzamerhand waren er genoeg kippen omgevallen om de toom weer eens uit te breiden. En het leek me leuk om nu eens ‘kleurleggers’ aan te schaffen, de nieuwste trend onder kippenhouders. Kippen die bijzonder gekleurde eieren leggen. Ik heb een Olivette gekocht, een Marans en een witgekleurde ‘groenlegger’. De Olivette (‘Olijfje’) legt olijfgroene eitjes, de Marans donkerbruine en de groenlegger legt ondanks de naam lichtblauwe eieren.

Omdat Floortje er nog bleekroze eitjes bijlegt, en Bianca af en toe een spierwit eitje, is het nu elke dag Pasen!

Nadat de eitjes gelegd zijn mogen de kippen tegenwoordig lekker vrij scharrelen. Onder toeziend oog van Aska (en alleen als ik er ook een oogje op kan houden dat ze niet de moestuin of siertuin in gaan…)

Droogte!

Het lijkt wel alsof ik me ieder jaar eerder zorgen ga maken over de droogte. Dit jaar begon het redelijk goed, met dat dikke pak sneeuw. Toen dat smolt, was de bovenlaag van de grond echt goed nat. Dat mocht ook wel, want de grond was nog steeds droog van de droge nazomer.

Maar sindsdien is er geen regen van betekenis gevallen. Februari was tamelijk droog, maart was droog, april was kurkdroog. En de grond dus ook. Qua droogte is het nu erger dan in het droogtejaar 1976.

De afgelopen week was het ook nog zonnig, met een harde wind. Goed om energie op te wekken en de was te doen. Maar bepaald geen groeizaam weer. Het gras groeit voor geen meter, en her en der krijgt het al gele randjes (niet goed te zien op de foto). De mest die we begin april hebben uitgereden ligt er nog onaangeroerd tussen. (Dat uitrijden moeten we dus voortaan ECHT in februari gaan doen…). De plantjes in de nieuw aangelegde border komen maar aarzelend op.

De moestuin is helemaal een droevige vertoning. Ik heb dus heel hard gespit om de boomwortels (althans tijdelijk) weg te krijgen. En toen als de wiedeweerga van alles gezaaid. Voor ik zaaide had ik de grond echt goed nat gemaakt, maar dat water is natuurlijk al lang weg. Dus ik vrees dat het allemaal weer mislukt is: de bietjes, worteltjes, pastinaak, prei, spruitjes, mitsuma, snijbiet, schorseneren, uien… Alleen de tuinbonen, kapucijners en sugar snaps doen het redelijk. Het enige wat overal opkomt is rode melde en Nieuw-Zeelandse spinazie. Niet onze lievelingsgroente…

Het slootje van de loopeenden staat alweer droog, de bomen maken (heel verstandig!) maar héle kleine blaadjes

Ik word er een beetje wanhopig van. Na half mei wordt er wel regen voorspeld. Maar dat is nog ver weg, en het is maar afwachten of tegen die tijd de verwachting niet is veranderd. Intussen heb ik de grondwaterpomp maar weer geïnstalleerd…